Auteur:
Bertje 59 x Fonkelshine! Een trotse Slaaf van het Systeem, enigszins bekend met het wel en wee van "dingen" ontwerpen. Mag graag lachen over zaken met en zonder humor. Fervent fan van alles dat met film, muziek en film-muziek (maar niet muziek-film!) te maken heeft, en mag daarover graag al dan niet kritisch over uitweiden. Kan zich voordoen als een Baken van Redelijkheid in deze Orgie van Chaos, maar dit kan natuurlijk gewoon een groot complot zijn. http://twitter.com/GaiusBertus

Review: The Maccabees – Given to the Wild

Als dertiger is de kwestie “Volwassen Worden” immer relevanter dezer dagen. Ik zal nooit toegeven dat ik aan zulke onzin lijd als het “Dertigers Dillema”, maar desalniettemin (wat hou ik toch van dat woord), desalniettemin wordt ik tegenwoordig toch vaker dan vroeger getriggerd door zaken die met opgroeien, vergankelijkheid en melancholie van doen hebben. En zo ook triggerde het nieuwe album van The Maccabees me. Maar goed, door onprettig geluid word ik ook getriggerd, maar dat wil nog niet zeggen dat ik het ook prettig vind. Daar op voortbouwend wil ik dan ook meteen maar even kwijt dat dit album niet onprettig is, maar het mist ergens nog wel iets.

Anwyay, ouder worden dus, de dingen die voorbij gaan en er niet meer zijn. Het overkwam opeens ook het kwintet uit London, en daar moesten ze wat over schrijven op hun derde album, zo lijkt het. Alles begint wat rustig, met een intronummer, gelijknamig aan het album, wat dan nice’n'easy overgaat in de eerste track Child. Sowieso beginnen de meeste nummers zelf ook behoorlijk rustig en zwellen daarna iets aan in wat soms heel vervelend “stadionrock” wordt genoemd. Niet voor niets wordt er nu hier en daar al gezegd dat The Maccabees de sound van Coldplay benaderen. Bah, maar gelukkig vind ik die vergelijking geen hout snijden. Het roept daarbij herinneringen op aan vroeger, toen Coldplay zelf nog met Radiohead werd vergeleken. Yeah right ook al zo’n fantastische vergelijking. Ik hoor het niet.

Wel hoor ik een band die wat meer ingetogen is, wat meer gereserveerd, wat meer “volwassen”, whatever that may be. Pas bij nummer acht, Pelican, hoor je iets van de actieve indie-pop-rock sound van de vorige twee albums terug (“And before you know it, before you know we’re pushing up the daisies” Fuckin’ true dat Maccabees!). Persoonlijk vind ik dit dan ook het beste nummer van het album, maar daarentegen weet ik ook meteen dat dit nummer het minst lang blijft boeien en dat juist de andere, subtiele tracks op de lange termijn interessanter blijven.

De productie van het hele album is gelikt en klinkt erg goed, misschien wel een beetje té goed. De stem van zanger Orlando Weeks is immer fijn om te beluisteren en ook de blazers worden op de juiste plaatsen gebruikt. Ik kan echter heel goed begrijpen dat de echo’s en blazers sommigen zullen irriteren, laat staan de “epische sound” waarmee de meeste songs eindigen. Persoonlijk mis ik juist vooral een echt goede track die me ook na het luisteren nog bij blijft, zo eentje die je bij het afwassen staat te neuriën. Maar goed, misschien zijn dat soort tracks wel iets meer voor de jeugd.

Cijfer: 7

Dit bericht was geplaatst inMuziek, Review and tagged , , , . Bookmark the permalink. Plaats een reactie of laat een trackback achter:Trackback URL.

Plaats een reactie

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*
*

U kunt de volgende HTML tags en attributen gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>